Therm & Co
Therm & Co

Plaatsingsvoorschriften gevelbekleding zijn ook van toepassing op Thermowood

De toepassing van houten gevelbekledingen wint aan terrein. Dat een dergelijke gevelbekleding een esthetische meerwaarde geeft aan het gebouw, hoeft niet gezegd. Daarenboven levert deze bekleding meteen de uitgelezen kans om de thermische prestaties van de bestaande wandcomponent te verbeteren. Toch heerst er vaak de misvatting dat thermowood aanzien mag worden als dood hout en geen dimensionele werking meer ondergaat. Dit is niet correct. Ook bij zeer stabiele houtsoorten moeten de plaatsingsregels correct gevolgd worden om verrassingen te voorkomen.

 

Houtsoortkeuze

Iedere houtsoort heeft een dimensionele beweging die uitgedrukt wordt door de ‘werking’. Deze waarde is gelijk aan de procentuele wijziging in radiale en tangentiale afmeting bij variatie van het massavochtgehalte tussen 60 en 90 % relatieve luchtvochtigheid (buitenklimaat). We willen erop wijzen dat men de vervormingen bij minder stabiele houtsoorten doorgaans niet binnen de meest gebruikte criteria zal kunnen houden (bv. geometrische toleranties).

Indeling van houtsoorten in categorieën volgens hun werking
Matig stabiele houtsoorten 2,8 % < werking bv. Basralocus, Lorken, Robinia
Stabiele houtsoorten 1,5 % ≤ werking ≤ 2,8 % bv. WRC, Douglas of Oregon Pine, Thermowood Radiata Pine
Zeer stabiele houtsoorten werking < 1,5 % bv. Padoek, Merbau, Thermowood grenen/vuren

Aldus mag een gevelbekleding met een breedte van 140mm tot 2,1mm uitzetten om als zeer stabiel aanzien te worden.  Ze mag zelfs tot 3,9mm uitzetten om stabiel te zijn. Zodus voldoet Thermowood bij correcte plaatsing ruimschoots aan deze criteria. 

 

Bevestiging

Doordat de dimensionele beweging ter hoogte van de bevestigingen verhinderd wordt, zullen er op deze plaats spanningen ontstaan. De bevestigingen moeten daarom over een voldoende uittrekweerstand beschikken. Zo dient de lengte van een nagel minstens 2,5 maal de dikte van de gevelplank te bedragen, terwijl de lengte van een houtschroef minstens 2 maal de dikte van de bekleding dient te bedragen. Over het algemeen wordt een diameter van 3 tot 4 mm aanbevolen. Men vermijdt ook best gladde nieten of nagels en kiest liever voor getorste nagels of ringnagels (met een betere uittrekweerstand). Het is bovendien raadzaam om een speling van tenminste 2 mm te voorzien in de tand- en groefverbinding.

 

Opbouw van de gevelbekleding

Aan de achterzijde van de houten gevelbekleding dient een gedraineerde en geventileerde luchtspouw voorzien te worden met een minimale breedte van 15 mm. Deze luchtspouw is essentieel om aan de voor- en achterzijde van de gevelplanken een differentieel vochtgehalte te vermijden dat aanleiding kan geven tot schoteling van de planken of een verdere uitzetting van de gevelbekleding.

S. Charron, ir., adjunct-labohoofd, laboratorium ‘Isolatie- en dichtingsmaterialen’, WTCB
F. Caluwaerts, ing., hoofdadviseur, afdeling ‘Technisch Advies’, WTCB
Bron: https://www.wtcb.be/homepage/index.cfm?cat=publications&sub=bbri-contact&pag=Contact30&art=454